Sjoerd en Douwe Miedema

 

Bedrijfsnaam: De Nije Mieden

Locatie: Haskerdijken, Friesland

Koeien: 150 melkkoeien, 60 stuks jongvee (kalfjes en pinken); de kalfjes worden in het voorjaar geboren. In samenwerking met drie andere boeren worden alle stiertjes ‘vet geweid’ in de eigen weilanden en ze verlaten het bedrijf na circa twee jaar als ze slachtrijp zijn.

Koeien in de wei: op 1 april gaan de koeien naar buiten; vanwege het gedoogbeleid voor ganzen gaan de koeien niet voor 1 april naar buiten. De weidegang duurt tot en met november.

Land: 145 hectare eigen grond, waarvan 32 hectare natuurgrond, en 60 hectare pachtgrond. De Nije Mieden is een gemengd bedrijf van melkvee en akkerbouw. Op de akkers wordt tarwe, gerst, rogge, erwten en bonen geteeld. De A-kwaliteit is voor de consument, de reststroom en het stro zijn voor de koeien.

Andere dieren: 100 schapen en lammeren, 6 Friese paarden, 2 honden.

 

Familiebedrijf

Sjoerd Miedema runt het gemengde boerenbedrijf samen met zijn zoon Douwe.

Sjoerd: “Douwe runt inmiddels het melkveebedrijf grotendeels alleen. Ik doe de ‘gekke’ dingen, zoals duurzame innovaties en de communicatie.” De familiegeschiedenis van de boerderij begint in de jaren 1930 bij de opa van Sjoerd, die ook Sjoerd heette, en ‘Pake Sjoerd’ werd genoemd. In die tijd was het een pachtbedrijf en Pake Sjoerd huurde het van een rijke landheer in Nijmegen. Na een slecht seizoen ging Pake Sjoerd met de trein naar Nijmegen om de pacht contant te betalen, maar hij had niet genoeg. Pake Sjoerd overhandigde het geld en zei: “Wel meneer, ik heb niet meer.” Deze zin had hij die morgen 26 keer geoefend bij elke slag van de waterpomp, waarmee hij de koeien water had gegeven. De landheer reageerde vriendelijk en zei: “Volgend jaar beter.” Toen de oorlog uitbrak, was er niets te eten in de stad en kwam de landheer naar de boerderij. “Mijn Pake en de landheer werden vrienden voor het leven,” vertelt Sjoerd. “De landheer zei: als je dochter met een boer trouwt, dan mogen zij het bedrijf overnemen. En zo geschiedde. Die dochter is mijn moeder. In 1974 hebben mijn ouders de landheer uitgekocht en een ligboxenstal gebouwd.”

 

Onmisbaar voor het bedrijf

Als kleine jongen op de lagere school wist Sjoerd één ding zeker: hij wilde absoluut niet in militaire dienst! Tussen Rusland en het Westen heerste de Koude Oorlog en alle gezonde jongens hadden dienstplicht. Na de landbouwschool in Sneek en een stage in Californië stapte Sjoerd in 1987 – hij was toen 19 jaar – bij zijn vader in de maatschap: “Ik liet mij onmisbaar voor het bedrijf verklaren. Door jong boer te worden, hoefde ik niet in dienst.” In Californië was Sjoerd naar eigen zeggen ‘gebrainwashed’ met het motto: “Let’s make some money, don’t worry, and let’s go.” Daarmee werd bedoeld: als je goed geld wilt verdienen in de landbouw, moet je groot denken en intensiveren. Toen hij het bedrijf in 2001 volledig van zijn ouders overnam, richtte Sjoerd zijn pijlen op groei. Op het hoogtepunt had hij 380 melkkoeien en bijbehorend jongvee op stal staan. Sjoerd: “In 2003 kochten we land aan om nog verder te intensiveren. Er zat een subsidieregeling voor weidevogelbeheer op die percelen en dat paste ons eigenlijk niet. De regeling hield in dat je niet voor 15 juni het gras mocht maaien. Maar er zaten helemaal geen vogels. We konden dit pakket ombuigen naar een regeling voor kruidenrijk grasland met vaste stromest. Tot mijn verbazing kwamen er toen allemaal weidevogels op af. Het jongetje in mij werd wakker. Samen met mijn gezin heb ik toen de afslag genomen richting natuurinclusieve landbouw. Dit gaf een enorm goed gevoel. Vanuit dat enthousiasme zijn we stapje voor stapje de goede kant op gegroeid. Net als ik destijds leerde mijn zoon Douwe ook op de Hogere Landbouwschool dat groei en intensivering de juiste weg is. Ik wilde niet tegenover hem komen te staan, dus omschakelen naar biologisch was nog geen optie. Op een gegeven moment was Douwe letterlijk klaar met de landbouwschool. ‘Ik leer daar zulke rare dingen,’ zei hij. In 2015 hebben we toen samen de overstap naar biologisch gemaakt.”

 

Kalfje-bij-koe

Op de boerderij van Sjoerd en Douwe; De Nije Mieden werken ze al sinds 2012 met kalfje-bij-de-koe. “Dat is per ongeluk ontstaan,” blikt Sjoerd terug. “Onze toenmalige dierenarts dacht dat onze kalfjes te weinig biest binnenkregen. Biest is de eerste melk die een koe na de bevalling geeft. Deze eerste melk zit boordevol voedingsstoffen, die het pasgeboren kalf nodig heeft voor een goede start. Om er zeker van te zijn dat de kalfjes alle biest opdronken, lieten we vanaf toen de kalfjes de eerste dagen bij de moeders. Dat ging perfect! Het ging zelfs zo goed en leuk, dat we sindsdien de kalfjes hun hele zoogperiode bij de moeders laten drinken.” Dit kwam de mensen van Zuiver Zuivel, ter ore. Zij bezochten Sjoerd en Douwe en vroegen hen om door te schakelen naar biodynamisch, zodat ook hun kalf-bij-koe melk kan verwerkt worden in de Zuiver Zuivel producten.

 

Koeien met hoorns

De overstap naar biodynamisch was niet zo groot voor De Nije Mieden. “In 2012 zijn we ook per ongeluk met het onthoornen gestopt,” vertelt Sjoerd. “De kalfjes waren een keer niet fit genoeg om verdoofd onthoornd te worden. Vervolgens hebben we te lang gewacht, waardoor hun hoorns te groot waren geworden om nog weg te branden. Je moet dan wachten tot de hoorns volgroeid zijn, dan kun je ze afzagen. Omdat we geëxtensiveerd zijn en 150 melkkoeien in een stal voor 380 melkkoeien hebben staan, ontdekten we in de praktijk dat de hoorns niet voor problemen zorgden. We hebben toen besloten om te stoppen met onthoornen. We zijn er gewoon mee gestopt! En het gaat prima. Mocht er een dame tussen zitten die te vechtlustig is, dan krijgt zij metalen doppen op de punten van haar hoorns. In al die jaren is dat nog maar een paar keer nodig geweest. Deze doppen zijn beschikbaar gesteld door Caring Farmers, een geweldige organisatie die een grote steun is voor boeren die natuurvriendelijk en diervriendelijk willen werken.”

 

Weidevogels

Weidevogels en koeien horen bij elkaar, aldus Sjoerd: “De koeien grazen het weiland slordig af, waardoor er kleine plukjes en bosjes in het grasland ontstaan. In deze eilandjes van hoog gras vinden de kuikens beschutting tegen roofvogels. De koeienvlaaien trekken vliegjes aan, wat voedsel is voor de kuikens. De koeienmest is ook voedsel voor het bodemleven, en de pieren en regenwormen zijn weer voedsel voor de volwassen weidevogels. Ik zie de grutto als de ‘kanarie in de kolenmijn’. Zolang ik grutto’s op mijn land heb, weet ik dat het goed zit met de insecten en het bodemleven.” Samen met zijn vrouw organiseert Sjoerd vogelexcursies: “We spannen twee Friesche paarden voor de Jan Plezier en gaan dan met paard-en-wagen het weidevogelgebied in. Ons doel hiermee is educatie en bewustwording.”

 

Hooi

Vers gras en hooi is het beste wat je een koe kunt geven, aldus Sjoerd: “Een koe is een herkauwer. Onverteerd voedsel, zoals vers gras en hooi, is het allerbeste voer om te herkauwen. Op basis van vers gras en hooi geven koeien melk van super kwaliteit met relatief veel omega-3-vetzuren. Het maken van hooi is meer dan vakmanschap, het is echt een kunst. Na het maaien laat je het gras drogen in de zon. Voordat we het oogsten, moet het echt goed droog zijn. Vochtig hooi gaat schimmelen of muf ruiken, en dan lusten de koeien het niet meer. In de ochtend en avond ligt er vaak dauw op het land dus het moment van oogsten luistert heel nauw. We maken er geen balen van maar bewaren het in een hooiberg van los hooi. Mijn zoon Douwe heeft het hooien heel goed in de vingers gekregen. Wij hebben dan ook prachtig hooi. Het wintervoer bestaat voor wel 30% uit hooi. In hooi zit weinig eiwit dus de andere 70% is kuilgras, waar meer eiwit in zit. Ik ben er trots op dat wij onze koeien zoveel heerlijk hooi kunnen geven.”