In de koudere maanden als het land te nat is en het gras niet groeit, meestal gedurende de maanden november tot en met april, leven de koeien van onze boeren in ruime stallen. De controle instantie voor de biologische landbouw, Skal, controleert er op bij onze veehouders dat de koeien tijdens de weideperiode daadwerkelijk in de wei staan. Bij de biologische en biodynamische landbouw gelden vastgestelde normen wanneer de koeien buiten en binnen staan.

Stro in de stal is fijn voor de koeien, bodems én het klimaat. Jeroen Konijn legt uit:

“In onze potstal ligt een dik bed van stro. Dat is heerlijk zacht, droog en warm voor de koeien. Ook biedt het hen een stevige ondergrond waarop ze zonder uitglijden kunnen lopen. Stro neemt uitstekend vocht en geurtjes op. Wij hebben dus geen last van ammoniakuitstoot. Onze stal ruikt altijd lekker fris: dat is niet alleen klimaatvriendelijk maar ook heel prettig voor de koeien. Stro vermengt met koeienmest is de ideale combinatie voor een vruchtbare bodem. Stromest zit boordevol organische stof en mineralen. Met behulp van wormen en schimmels komen die voedingsstoffen langzaam beschikbaar voor de planten. Deze rustige manier van bemesten zorgt voor een evenwichtige bodem waarop gezonde grassen en kruiden groeien. Als onze koeien dat eten, kunnen ze er gezonde melk van produceren. Zo is het cirkeltje rond. Wij telen zelf geen graan dus het stro kopen we aan bij biologische akkerbouwers. Om de kringloop toch zo goed mogelijk binnen ons eigen bedrijfssysteem te sluiten, vul ik het stro aan met riet dat langs onze ringvaarten en dijken groeit. Als we veel eigen riet kunnen oogsten, hebben we een mix van 20% riet en 80% stro. In de winter wordt het riet gemaaid. Het liefst maaien we na een vorstperiode want dan is het riet droger en neemt het beter vocht op.”

Rudolf Steiner is de grondlegger van de biodynamische landbouw. Petra Derkzen van Stichting Demeter legt uit:

“Rudolf Steiner (1861-1925) was een Oostenrijkse esotericus, schrijver, architect en filosoof. Hij is bekend geworden als grondlegger van de antroposofie. In 1924 heeft Rudolf Steiner een serie van acht voordrachten over landbouw en voeding gegeven. Uit deze lezingenreeks is de biodynamische landbouwmethode ontwikkeld, gebaseerd op vijf belangrijke principes: zorgdragen voor een levende bodem, de integriteit van het dier respecteren, de levenskrachten verzorgen, het bedrijf in samenhang bekijken en je als mens ontwikkelen aan de landbouw. Voedingsproducten die volgens de normen van de biodynamische landbouw geteeld en verwerkt zijn, dragen het internationale Demeter keurmerk. In Nederland certificeert en controleert Stichting Demeter de circa 130 biodynamische landbouwbedrijven en 90 handelaren en verwerkers. Als je alleen naar de normen van het Demeter keurmerk kijkt, zou je kunnen zeggen: goh, ze zijn een beetje strenger dan de biologische EU-verordening. Maar eigenlijk kun je de twee keurmerken niet met elkaar vergelijken omdat ze voortkomen uit verschillende visies. Biologisch gaat meer over ‘weglaten’ zoals van chemische hulpmiddelen. De biodynamische visie is gericht op het zoeken van evenwicht om de levenskracht in gewassen en dieren optimaal tot bloei te laten komen en waar mogelijk te versterken. Hoewel het lastig te bewijzen is, willen we in de verwerking deze levenskrachten zo goed mogelijk behouden.”