Zijn biologische producten diervriendelijker?
Uit een studie van Wageningen UR (april 2007), waarin op basis van literatuur is vastgesteld hoe biologische landbouw in Nederland zich onderscheidt van gangbare landbouw op gebied van dierenwelzijn blijkt het volgende: het dierenwelzijn in de biologische veehouderij is op veel punten beter dan in de gangbare veehouderij. Huisvesting, gezondheidsmanagement, voeding en de manier van omgaan met dieren bepalen het welzijn van dieren. Met name de biologische varkenshouderij en pluimveehouderij hebben een huisvesting die sterk verschilt met de gangbare houderijen. Biologische varkens kunnen meer wroeten en exploreren. De biologische varkens kunnen hun staarten houden, want staartbijten, een indicatie voor verveling, komt minder voor. Met meer ruimte en met stro op de vloer zijn varkens minder agressief dan hun soortgenoten in kleinere, kale hokken. Ook in de biologische pluimveehouderij vertonen kippen meer natuurlijk gedrag, zoals exploreren en scharrelen. Blootstelling aan daglicht vermindert angst bij pluimvee. In de biologische sector vertonen vleeskuikens een gevarieerder gedrag door de keuze van langzaam groeiende vleeskuikenrassen. De huisvesting van biologische melkveehouderij verschilt weinig met de gangbare. Beide systemen bieden veel ruimte voor natuurlijk gedrag. Gemiddeld wordt er in de biologische melkveehouderij meer geweid en meer gebruik gemaakt van potstallen. Beide zijn positief voor beweging en comfortabel rusten en liggen.
Op het gebied van gezondheid heeft de biologische veehouderij een aantal belangrijke pluspunten, maar worden ook negatieve aspecten gevonden. In de biologische melkveehouderij komen minder stofwisselingziekten voor, omdat veel melkveehouders het type dier selecteren dat minder hoog-productief is en past bij een lagere voederwaarde van het rantsoen. Uierontsteking bij melkkoeien komt meer voor in de biologische sector. Biologische melkveehouders mogen niet, zoals hun gangbare collega’s, met antibiotica de koeien ‘droog zetten’ om deze aandoening te voorkomen. Ingestrooide dichte vloeren in de biologische varkenshouderij zijn positief voor de pootgezondheid. Met stro op de vloer hebben de varkens ook minder huidschade door onder andere staartbijten en agressie. Omdat de zeugen vrij kunnen rondlopen, komt in de biologische varkenshouderij doodliggen van biggen meer voor. Ook blijkt aan de slachtlijn dat biologische varkens wat vaker long- en leverschade hebben door respectievelijk stof en parasieten. Daglicht in de buitenloop is positief voor de stofwisseling van varkens en pluimvee. Door de buitenloop en de strooisellaag is echter de infectiedruk hoger. Het gebruik van langzaamgroeiende vleeskuikens geeft minder gezondheidsproblemen in de biologische vleeskuikenhouderij. Ook vertonen deze dieren minder uitwendige beschadigingen.
Pijn kan worden veroorzaakt door ziekte of verwondingen, maar ook door ingrepen. De biologische regelgeving staat minder ingrepen toe dan de gangbare: het couperen van staarten en knippen van de tanden bij varkens is verboden en leghennen houden hun snavels intact. Verenpikken bij leghennen is een probleem in zowel biologische als gangbare systemen, maar met intacte snavels kan er meer schade worden aangericht. Managementfactoren, ook in de opfok, spelen een belangrijke rol en verschillen tussen bedrijven zijn groot.
De gangbare en biologische veehouderij vertonen slechts kleine verschillen in welzijnsaspecten gerelateerd aan voeding. Het volledige rapport is hier te downloaden.
UpWaarom zijn biologische zuivelproducten duurder dan reguliere zuivelproducten?
De biologische boeren krijgen een meerprijs tov de reguliere melkprijs voor de biologische melk. Deze hogere prijs hebben de boeren nodig als vergoeding voor de meerkosten van de biologische productiewijze:
- Biologische koeien krijgen biologisch voer, wat duurder is dan regulier voer. Bovendien krijgen de biologische koeien minder krachtvoer, waardoor de biologische koeien minder melk produceren.
- Biologische landbouw vereist meer grond, omdat de opbrengst per hectare lager is vanwege het feit dat men geen kunstmest mag gebruiken.
- Biologische veeteelt vereist meer bewegingsvrijheid voor de dieren en dus grotere stallen, waardoor de kosten van gebouwen hoger zijn.
- Biologische landbouw is arbeidsintensiever. Er mag bijvoorbeeld geen gebruik gemaakt worden van chemische onkruidbestrijders.
Doordat de biologische veehouders niet altijd dicht bij elkaar in de buurt zitten, moet de melkwagen grotere afstanden afleggen. Daar komt nog bij dat de biologische boeren over het algemeen minder melk leveren, waardoor een melkrijder meer adressen moet rijden voor de wagen vol is.
Ook de productie van biologische zuivelproducten is in veel gevallen duurder dan bij reguliere zuivelproducten:
- Doordat de volumes van biologische zuivelproducten in veel gevallen nog zeer gering zijn, worden op de afvullijnen relatief kleine hoeveelheden product per keer geproduceerd. Er moet vaker worden omgeschakeld en schoongemaakt, wat ervoor zorgt dat de kosten per product hoger zijn dan bij reguliere producten.
- De behandeling van biologische kaas in het pakhuis vraagt bijvoorbeeld meer arbeid, omdat er geen schimmelremmende stoffen in de kaascoating zijn toegestaan. Daardoor moet de kaas vaker worden behandeld en gekeerd.
- Niet alleen de melk dient van biologische oorsprong te zijn, ook alle andere grondstoffen die worden toegevoegd aan het biologische zuivelproduct zoals bijv. suiker, aroma's en vruchten. Omdat de kostprijs van deze grondstoffen ook hoger is dan van reguliere grondstoffen, werkt dit ook kostprijsverhogend voor de biologische zuivelproducten
Tenslotte zijn de kosten voor de winkel ook hoger, omdat biologische melk niet in containers het schap wordt ingereden, maar met de hand in het schap moet worden gezet, omdat de zuivel in dozen wordt aangeleverd.
UpIs Biologische zuivel gezonder?
Recent onderzoek in opdracht van de Europese Unie heeft aangetoond dat biologische melk rijker is aan goede vetzuren, antioxidanten en vitamines dan gangbare melk. De verschillen zijn grotendeels te verklaren door het grotere aandeel gras en klaver in het dieet van biologische koeien.
In Denemarken, Zweden en Groot-Brittannië werd bij in totaal 65 gangbare en biologische bedrijven de melk bemonsterd en het voederregime geanalyseerd. Ten opzichte van gangbare melk bevatte biologische melk gemiddeld 60% meer gezonde vetzuren zoals Omega-3, 50% meer vitamine E en 75% meer bèta-caroteen, dat in het lichaam wordt omgezet in vitamine A. Biologische melk was ook 2 tot 3 maal zo rijk aan de antioxidanten luteine en zeaxanthine.
Het onderzoek werd verricht binnen het Quality Low Input Food (QLIF) project, een omvangrijk onderzoeksproject gericht op de biologische landbouw en andere vormen van “low input”-landbouw. Het project onderzoekt onder andere de effecten van de biologische teeltwijze op voedselkwaliteit, alsmede de gezondheidseffecten van biologisch voedsel. Zie ook www.qlif.org
De resultaten van het QLIF onderzoek bevestigen eerdere resultaten van onderzoek naar de gehaltes van gezonde vetzuren in biologische melk.
Meer CLA en Omega-3
In eigen land heeft het Louis Bolk Instituut samen met de Animal Science Group van Wageningen UR hier ook onderzoek naar verricht. Gedurende 2006 werd elk kwartaal biologische en gangbare consumptiemelk uit de winkel onderzocht op de gehaltes aan de gezonde vetzuren CLA en Omega-3.
Uit de voorlopige resultaten blijkt dat de gehaltes aan Omega-3 vetzuren in biologische melk gedurende het hele jaar ruim 60% hoger liggen dan de gehaltes in gangbare melk. Met betrekking tot CLA is in het voorjaar en de zomer het verschil in CLA-gehalte groot (35-72% meer in biologische melk), terwijl het verschil in de winterse stalperiode kleiner is (20% meer in biologische melk). Een persbericht met de resultaten van het onderzoek is hier te downloaden.
Twee rapporten zijn hier te downloaden.
Rapport rantsoen en melkvetzuren 2006
Rapport productkwaliteit zuivel, verschil tussen biologisch en gangbaar, januari 2007
Minder eczeem
Biologische zuivel verlaagt het risico op eczeem. Onderzoekers van de Universiteit Maastricht en het Louis Bolk Instituut inDriebergen hebben geconstateerd dat kinderen die overwegend biologischezuivel aten, minder kans hebben om eczeem te ontwikkelen dan kinderen diegangbare zuivel aten. De invloed van biologische voeding op de ontwikkelingvan eczeem en allergie is onderzocht in het omvangrijke KOALA-onderzoek(Kind, Ouder en gezondheid: Aandacht voor Leefstijl en Aanleg). De resultatenzijn onlangs gepubliceerd in het British Journal of Nutrition.
Een persbericht van het Louis Bolk Instituut is hier te downloaden.
UpHebben de koeien bij de biologische veehouderij nog hoorns?
Bij de biologisch-dynamische melkveehouderij is vastgelegd dat de hoorns niet mogen worden verwijderd. Producten waar de melk van deze koeien voor wordt gebruikt dragen het Demeter keurmerk. In de normen voor de biologische melkveehouderij mogen de hoorns wel worden verwijderd.
UpMogen de kalfjes bij de biologische melkveehouderij bij de koe blijven?
Er is bij de biologische landbouw geen norm voor de tijd dat kalveren bij de moeder moeten drinken. Wel moeten kalveren verplicht biologische melk krijgen (bij reguliere bedrijven krijgen ze over het algemeen kunstmelk).
Steeds meer biologische en biologisch-dynamische bedrijven kiezen ervoor om de kalveren bij de moeder te houden. Veel van onze veehouders hebben hier inmiddels erg goede ervaringen mee, en wij verwachten dat dit bij biologisch steeds vaker zal gaan voorkomen.
UpStaan de koeien bij de biologische landbouw in de wei?
Ja, de controle instantie voor de biologische landbouw, Skal, controleert er op bij onze veehouders dat de koeien tijdens de weideperiode daadwerkelijk in de wei staan. Als het gras te nat is en niet groeit, meestal gedurende de maanden november tot en met april, staan de koeien in ruime stallen. Bij de biologische landbouw gelden ook hiervoor vastgestelde normen.
UpZijn biologische producten milieuvriendelijker?
Uit een studie van Wageningen UR (april 2007), waarin op basis van literatuur is vastgesteld hoe biologische landbouw in Nederland zich onderscheidt van gangbare landbouw op milieugebied blijkt het volgende:Biologische landbouw scoort op veel punten beter voor het milieu dan de gangbare. Bij de prestaties per hectare is dit overtuigend. Uitgerekend per ton product scoort biologische landbouw soms beter en soms slechter dan de gangbare landbouw. Dit omdat de productie op biologische bedrijven 20 – 40 % lager is per hectare dan bij gangbare bedrijven.Het energiegebruik en de emissie van broeikasgassen per hectare is in de biologische landbouw lager dan in de gangbare. De enige uitzondering hierop is de jaarrond gestookte glastuinbouw, die hierop bij beide typen bedrijven ongeveer gelijk scoort. Omgerekend naar ton product blijft de biologische melkveehouderij gunstiger wat betreft energieverbruik en emissie van broeikasgassen. Bij akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt is het resultaat afhankelijk van het gewas. Soms is er bij biologische producten een vergelijkbaar, soms een hoger verbruik of emissie per ton. De jaarrond gestookte biologische glastuinbouw verbruikt meer energie en stoot meer broeikasgassen uit per ton product dan de gangbare glastuinbouw.De milieubelasting door het gebruik van bestrijdingsmiddelen is in de biologische landbouw zeer gering en veel lager dan in de gangbare landbouw. De biologische landbouw gebruikt geen synthetische bestrijdingsmiddelen en de milieubelasting door gebruikte biologische bestrijdingsmiddelen is minimaal.De biologische landbouw heeft een lagere stikstofuitspoeling per hectare. Biologische pluimvee- en varkensbedrijven veroorzaken wel meer stikstofuitspoeling in de uitloop. De ammoniakemissie per hectare is in de biologische melkveehouderij lager dan in de gangbare.Uit de studies blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen afzonderlijke bedrijven. Zowel voor dierenwelzijns- als voor milieuaspecten komen hoge en lage scores voor bij gangbare en biologische bedrijven. Het volledige rapport is hier te downloaden.
Up